|
Dit boek verscheen ter gelegenheid van een overzichtstentoonstelling van de schilder
in november 1997 in het Stedelijk Museum De Lakenhal te Leiden. Conservator Doris
Wintgens-Hötte schreef daarbij de volgende inleiding.
Jurriaan van Hall (geboren Heerlen, 1962) is een rasschilder. Wars van het conceptualisme
en de zwaarwegende theorieën die een nieuwe kunstvorm meestal bestaansrecht verlenen,
geeft hij het leven, zijn leven weer: ongecompliceerd, rijk geschakeerd en appellerend
aan vele zintuigen. Hij zondert zich niet af in het atelier maar mengt zich in het leven
op straat, op het strand en binnenshuis in familiekring. Naast traditionele onderwerpen
schildert hij even gemakkelijk de voortbrengselen van massacultuur en massatourisme.
De schilderkunst lijkt voor hem een middel om greep op de realiteit te krijgen.
Als een waar schildersdier benadert hij zijn onderwerpen. Binnen de inmiddels traditionele
tweedeling Apollinisch-Dionysisch die H.L.C. Jaffé ooit maakte (1956), waarin het Apollinische
staat voor stille grootsheid en klassieke harmonie, is Van Halls schilderstemperament exemplarisch
voor het Dionysische. Met trefzekere hand - geschilderd vanuit het hart - bruisen zijn
schilderijen van leven, tot in alle schilderkunstige details toe. Zijn werk is gestolde
schildersdrift.
Jurriaan van Hall richtte in 1989 samen met Peter Klashorst en Bart Domburg (later voegden de Leidse
gebroeders Donker en Ernst Voss zich bij hen) de groep After Nature op. Onder dit uitdagende motto
bonden zij de strijd aan met de toen in zwang zijnde neo conceptuele kunst en de filosofische
kunsttheorieën die die kunst intellectuele inhoud leken te moeten geven. Zij wilden terug naar
de basis van de schilderkunst en vol overgave stortten zij zich op het schilderen van de visuele
werkelijkheid. Naakten, stillevens en en plein air geschilderde landschappen beleefden onder hun
handen een come back. Het was spraakmakend dat jonge kunstenaars - die geen onbekenden binnen de
artistieke voorhoede waren - zich met volle kracht ontfermden over een schilderkunstig realisme,
dat voordien voornamelijk werd geassocieerd met zondagsschilders en welwillende amateurs. Zij
schuwden de publiciteit dan ook niet. (...) Het was zo opmerkelijk, dat tot in New York hun nieuwe
interpretatie werd gezien en beschreven.
De visuele werkelijkheid bleek een mer à boire te zijn. Opgegroeid binnen het keurslijf van de avant-garde
ideologie van de jaren zestig, konden de drie hun zelfbevochten vrijheid nauwelijks
geloven. Ze leerden opnieuw zien en waarnemen en schilderden er opgelucht - op los.
De 'coupe' van After Nature en de uitdagende grootspraak die daarmee gepaard ging,
bewerkstelligden een doorbraak. Toen in 1992 After Nature ter ziele ging, bleek het idee
echter meer dan een tijdelijke aangelegenheid te zijn. Jurriaan van Hall, schilder in
hart en nieren, continueert zijn schilderkunstige greep op de werkelijkheid maar deinst
er ook niet voor terug om zo nodig de computer te gebruiken. Van Hall beoogt een
schilderkunst die de banden met het verleden niet verzwijgt. Daarmee past zijn werk
goed binnen het Stedelijk Museum De Lakenhal dat met zijn verzameling schilderkunst van
de 16de eeuw tot heden een goede context biedt voor het werk van Jurriaan van Hall.
|